Moeder Seraphine was ingetreden bij de Liefdezusters van Carolus Borromeus in Maastricht. In 1857 kwam Moeder Seraphine met 6 andere Zusters naar Sittard op daar te zorgen voor mensen die leden aan tyfus en om te zorgen voor de weeskinderen. Het armenbestuur had hun Sint Agnetenberg gegeven. Dit klooster was eerst van de zusters Dominicanessen. Het klooster was helemaal verwaarloosd en kapot. Na enkele jaren was het financieel niet meer mogelijk deze communiteit open te houden en moesten de Zusters terugkeren naar Maastricht. De mensen in Sittard waren het daar niet mee eens en gingen naar de Deken en naar de Bisschop van Roermond. Na veel overleg en gebed zei de Bisschop: “het is mijn wens dat de Zusters in Sittard blijven en voortgaan in nomine Domini”. Zo ontstond 18 juni1862 de nieuwe congregatie. In het begin met de naam: Congregatie van de Zusters van de Christelijke Liefde, Dochters van het Kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus en later werd de naam Liefdezusters van het Kostbaar Bloed.
Geschiedenis
18 juni 1862 is onze Congregatie ontstaan met de woorden van Mgr. Paredis: “mijn wens is het dat de Zusters in Sittard blijven en voortgaan in “nomine domini”, ze hebben mijn zegen.
24 september 1890 werd de Congregatie en de constituties pauselijk goedgekeurd. Van dat moment af waren we dus geen bisschoppelijke congregatie meer maar een pauselijke congregatie.
In Nederland heeft de congregatie verschillende kloosters gehad. Zie onder:
| Plaats | Jaar van oprichting en sluiting |
| Sittard | 1862-2015 |
| Thiergarten | 1872-1880 |
| Kessel | 1873-1882 |
| Koningsbosch | 1873-1995 |
| Merkelbeek | 1879-1892 |
| Goirle | 1880-1990 |
| Vinkeveen | 1882-1980 |
| Breukelen | 1883-1888 |
| Hengelo Overijssel | 1897-2002 |
| Abcoude | 1901-1946 |
| Overhoven (wijk in Sittard) | 1925-1983 |
| Deursen-Dennenburg | 1933-1938 |
| Windraak | 1995-…. |
In Duitsland heeft de congregatie ook verschillende kloosters gehad. Hier zijn we begonnen in 1947. Tegenwoordig is alleen het klooster in Broichweiden nog in gebruik.
In Indonesië is de congregatie begonnen in 1933. Ondertussen heeft de congregatie 16 huizen, verdeeld over de volgende vier eilanden:
Java, Sumba, West-Timor en Borneo (Kalimantan).
Op Oost-Timor heeft de congregatie nog vier huizen.
Zie voor meer informatie over de congregatie in Indonesië de Indonesische website.
Ook in Afrika (Burundi) is de congregatie van 1957 tot 1996 actief geweest. Zie pagina Zusters in Afrika.
In de stad Sittard heeft de congregatie veel werk verzet. Veelal in de zorg en in het onderwijs maar ook pastoraal. In het begin heeft het armenbestuur gevraagd om te zorgen voor mensen met tyfus en voor een bewaarschool voor arme kinderen. Daarna kwam ook het verplegen van zieken in de thuissituatie, zorgen voor ouden van dag en weeskinderen.
In 1870 begonnen de Zusters met klassen in het klooster, dus een soort school.
De ziekenzorg wordt uitgebreid met een vertrek in het klooster waar de Zusters zieken kunnen verzorgen.
In 1890 ging de ambulante ziekenverzorging naar de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid. Wij kregen een huis voor ‘oude’ vrouwen en een huis voor ‘oude’ mannen. Ook mensen met een geestelijke beperking (gebrekkigen) kwamen hier wonen.
In de beginjaren van de 20e eeuw kwamen er ook kostdames in huis.
In 1949 is begonnen met Bejaardenhuis Caritas. Dit werd langzamerhand (1960) meer een verpleeghuis.
In 1938 was het bejaardenhuis Mariahof in Overhoven klaar voor in gebruik name.
In 1872 is begonnen met lager onderwijs dat in het klooster gegeven wordt.
In 1922 verhuist dit naar de Heilige Hartschool aan de Engelenkampstraat waar nu Zo Wonen is. Dit wordt later uitgebreid met ULO. Deze was tot dan toe in het klooster gevestigd evenals de kweekschool.
In 1960 komt de Agnesschool, dit was lager onderwijs en kweekschool (nu PABO). De kweekschool is in 1972 verhuisd naar de Kollenberg.
In de Stadbroek begon men in 1920 met een kleuterschool.
In 1955 komt in Stadbroek ook een eigen lagere school.
In wijk Overhoven is in 1923 met een bewaarschool begonnen. En in 1926 komt daar ook een lagere school voor meisjes.
Toen de Zusters geen eigen scholen meer hadden, werden er veel activiteiten voor diverse mensen in de aula georganiseerd. Tot op heden is er op enkele morgens een Zuster in de Gemmakapel. De mensen kunnen met haar spreken als men daar behoefte aan heeft.
Toen de bejaardenhuizen niet meer van de congregatie waren, gingen Zusters nog wel vaak op bezoek bij de mensen om te zingen, muziek te maken en te praten.

In de kapel zijn altijd mensen gekomen voor Heilige Missen.
Ook in de andere kloosters was altijd zorg en onderwijs zeer belangrijk.
Bijvoorbeeld in Koningsbosch waren de Zusters actief in de thuiszorg voor ouden van dagen en kraamzorg. Echter pas in 1920 werd er pas een Zuster aangesteld die als dagtaak had om de zieken in het dorp professioneel te gaan verzorgen. Dit was ook hard nodig want de sterfte onder baby’s was groot en veel volwassenen stierven al voor hun vijftigste. De werkomstandigheden van deze wijkzusters waren slecht, want zij moesten zich lopend of op de fiets door weer en wind verplaatsen. Door de dorpsbewoners werd dit werk wel erg gewaardeerd, want zelfs na meer dan 50 jaar worden de namen van de eerste “wijkzusters” nog genoemd. In 1936 kwam er een brief van het Groene Kruis uit Roermond met de eis dat “wijkzusters” volledig gediplomeerd moesten zijn . Het heeft nog tot 1944 geduurd voordat de officiële wijkverpleging van de grond kwam. Tot 1948 ging de wijkzuster nog op de fiets; in dat jaar haalde de wijkzuster haar rijbewijs. De eerste auto werd aangeschaft en ingezegend door de voorzitter van de Groene Kruisvereniging, pastoor De Winter. In 1962 kwam Koningsbosch zonder gediplomeerde Zuster te zitten en werd er een leek aangesteld. Omdat deze niet beviel werd zij ontslagen en hield het mooie zorgwerk dat daar 90 jaar was uitgevoerd, in Koningsbosch op.
Rond 1980 kwam er een ander mooi project van de grond, “Tafeltje-dek-je”. Tegen een kleine vergoeding kregen met name ouderen een warme maaltijd die thuis gebracht werd. Hierdoor ontstond meteen sociaal contact. Iets wat mensen erg op prijs stelden.
Bij de stichting van Koningsbosch zijn de Zusters meteen begonnen met het geven van lager onderwijs. In beginsel werd dit in het Duits gegeven omdat er kinderen uit Duitsland naar school kwamen en omdat Koningsbosch Duits georiënteerd was. Ook kregen de jongens en de meisjes apart les. In 1883 werd hier een kweekschool aan toegevoegd. De lagere school was de “leerschool” voor de studenten aan de kweekschool. Vanaf dat moment werd er in het Nederlands les gegeven. Deze kwam in op een gegeven moment in lekenhanden door pensionering van de verantwoordelijke Zuster. Pas in 1928 kwam er een kleuterschool die door onverwacht overlijden van de kleuterleidster ging deze in 1978 over naar leken.
Een ULO werd in 1920 opgericht die in 1982 door gebrek aan leerlingen is opgeheven.

Heel snel na de oprichting werd Koningsbosch noviciaat en generalaat. Dat is het tot de verkoop altijd gebleven. In 1992 is het eerste gesprek gevoerd over de verkoop van Koningsbosch omdat het aantal Zusters terugliep. Uiteindelijk is Koningsbosch op 14 september 1995 verkocht aan woningbouwvereniging “Land van Pepijn” te Echt. Deze woningbouwvereniging verhuurde Koningsbosch later aan de interkerkelijke kloostergemeenschap “Broederschap van Jezus”. De Zusters verhuisden naar Windraak en Sittard.
In Merkelbeek was een rustoord voor ouden van dag en een kleuterschool. Verder kwamen daar veel pelgrims omdat daar een Lourdesgrot is. De Zusters zorgden voor deze pelgrims.
In 1880 hadden de Zusters in Goirle met name de zorg over weeskinderen en mensen met tyfus. Later wordt dit uitgebreid met een kleuterschool. En van 1887 tot 1899 was hier een kostschool voor meisjes van betere stand. Daarna werd de wijkverpleging hier opgezet. In 1926 kwam er naast de kleuterschool een school waar de meisjes leerden naaien. Dit werd later de modevakschool. Ook kwam er een school voor nijverheidsonderwijs, dat later de huishoudschool werd. Goirle werd daarna uitgebreid met een lagere school. In 1960 werd hier een compleet nieuw verpleeghuis gebouwd. In dit verpleeghuis was ook een opleiding voor ziekenverzorger. De Zusters speelden een rol in de opleiding. Het verpleeghuis kende ook een afdeling voor gehandicapte mensen, zowel baby’s, kinderen en volwassenen. Een belangrijke groep was kinderen met een hersenafwijking. Deze kinderen werden vanuit het hele land overgebracht naar Goirle.
In Vinkeveen begonnen de Zusters in 1882 met een bewaarschool en een naaischool. Een jaar later werd de lagere school hieraan toegevoegd. Op bescheiden schaal hielden de Zusters zich ook bezig met wijkverpleging en bejaardenzorg. In 1953 kwam hier een VGLO school; dit is vergelijkbaar met een huishoudschool. In 1962 werd deze omgezet in een LEAO.
In Hengelo kwamen de Zusters voor het geven van onderwijs, zowel voor de kleuterschool als de lagere school. Vlak daarna kwamen de ULO en de modevakschool. Ze gaven daarnaast ook nog typeles, pianoles, handwerkles en kookles. Er werd ook veel aandacht geschonken aan muziekles die bestond het leren bespelen van viool, mandoline en citer. Ook werden de Zuster gevraagd voor parochiewerk. Eind 1918 kwam er een Rode Kruispost waar gewonde en zieke soldaten werden opgevangen. Ook kwamen hier 200 kinderen uit Wenen.
In de Tweede Wereldoorlog was het werken in Hengelo heel moeilijk door de diverse bombardementen. In 1960 kwam er een bejaardenhuis.
In 1901 werd in Abcoude een kleuterschool opgericht en er werden naaicursussen gegeven. In 1921 werd dit uitgebreid met lager onderwijs. Het naaien werd uitgebreid met allerlei soorten handwerk.

In Windraak wordt veel pastoraal werk verricht. Na de Heilige Mis op zondag wordt er met de bezoekers van de Mis koffie gedronken. Er wordt veel voor de kinderen en mensen uit de buurt georganiseerd. Regelmatig komen er groepen van De Zonnebloem, wandelgroepen, KBO, de buurtvereniging. Ook komen er veel mensen die behoefte hebben aan een luisterend oor.